Weerstand

Het nare gevoel
dat ik maar niet thuis kon brengen.

Er klopte iets niet.

‘Hi lief, de vijf is in het uur,
zullen we op het weekend proosten?’

‘Ja graag.’
Amper de deur achter me gesloten.

‘Het was te druk op de A12.
Twee uur over gedaan.
Ik word er gek van.’

‘Hoe was jouw week?’

Hij kijkt naar me.
‘Rood?’

‘Ja, lekker.’

‘Zullen we zo iets bestellen?’

Bij de eerste slokken
voel ik het al.

Rust.

Of iets wat daarop lijkt.

De wedstrijd gewonnen.

En de weerstand.

De rem erop.
Een stap achteruit.

Dan hoefde ik niet te kijken.

Waar keek ik van weg?

Mezelf.

Niet naar binnen.
Niet voelen wat er speelt.

Wel wijzen naar de ander.

Ik merk hoe ik me verzet
tegen het idee
dat de Twaalf Stappen
ook voor mij zijn.

Alsof ik het eerst moet begrijpen.
Alsof ik het moet kunnen uitleggen
voordat ik het mag aannemen.

Ik wil niet geloven
dat ik geen controle had.

Niet dat mijn leven onrustig werd
door wat er om mij heen gebeurde.

En toch…
daar zit iets
wat ik niet langer kan wegduwen.

De eerste stap ligt daar.

Eenvoudig.
En groot tegelijk.

Erkennen wat er is.

Voor mij is dat vaak:
weerstand.

Het voelt niet prettig.
Het schuurt.

Ik zie hoe ik reageer vanuit angst.
Of vanuit onrust.

Hoe ik probeer te sturen.
Te controleren.
Naar mijn hand te zetten.

Alsof dat mij rust geeft.

Maar het brengt me verder weg.
Van mezelf.

Als mijn hoofd vol zit
kan ik niet helder kijken.

En al helemaal niet voelen.

Dan kies ik snel.
Om ervan af te zijn.

Niet omdat het klopt.

‘Een glasje rood?
Schat?’

Langzaam zie ik
dat eerlijk kijken
geen straf is.

Maar een opening.

Misschien begint het daar.

Vergelijkbare berichten